Papier-oven

Deze wijze van stoken van een keramiek-oven is al heel oud, want in veel primitieve culturen is een soortgelijke manieren van stoken toegepast. Nog-niet-gebakken of biscuitgestookte voorwerpen worden daarbij in een ondiep gat in de grond geplaatst, en vervolgens bedekt met twijgen en takken of koemest, het zogenaamde "pitfiring" of kuilstoken.

Voor een wat beter gestuurd bakproces is het ook mogelijk een bedekking aan te brengen die het vuur langer vasthoudt en de gelegenheid biedt om hogere temperaturen te bereiken. Dat kan gebeuren door het bedekken van de producten met hout en daarover metalen platen (van grote conservenblikken) te plaatsen, of door de stookplaats af te dekken met meerdere lagen papier gedrenkt in kleipap. Liefst met roodbakkende kleipoeder omdat die een mooie verkleuring te zien geeft. Deze bedekking heeft ook tot gevolg dat er een (gedeeltelijke) reductieve manier van stoken plaatsvindt, die de kleurenvariatie groter maakt.

Hoe lang de oven tijdens en na het stoken nog blijft staan is sterk afhankelijk van het aantal lagen papier dat er is aangebracht, dat kan variëren van 5 tot 20 lagen, maar een goed resultaat mag al worden verwacht van 8 dakpansgewijze aangebrachte lagen (onderaan beginnen !). Het meest geschikte papier is tijdschriftenpapier van een "glossy" kwaliteit. Dit papier is namelijk glad gemaakt met kaolien, kleipoeder dus, wat tijdens het stoken in toenemende mate een "keramiek-schild" om de werkstukken zal vormen.

Het maken van de werkstukken
De stukken kunnen het beste worden gemaakt van grove chamotteklei, eventueel nog gemengd met vermiculite, zaagsel en/of koffiedik. Maak ze ongeveer van handgrootte. Bolle vormen geven de minste kans op breuk omdat allerlei uitzettings- en krimpkrachten geleidelijk worden afgevoerd in de rondingen. Het werk kan worden gedecoreerd met terra sigilata, engobes, pigmenten en andere kleurende grondstoffen, vervolgens wordt het werk gepolijst, gedroogd en biscuit gebakken.

oven1

De oven
Er zijn heel wat variaties mogelijk bij het bouwen van deze oven, bijvoorbeeld door
- het plaatsen van de werkstukken in een ondiepe kuil
- het leggen van een zaagsellaag op stenen of oude dakpannen
- het gebruik van houtskool
- het gebruik van planken, latten en/of houtblokken
- andere brandbare materialen, stro, hooi, bladeren en dergelijke
- het wel of niet gebruiken van kippengaas voor de opbouw van de ovenwand
- de vorm van de oven, bijvoorbeeld een teepee of in de vorm van draken- of andere diervormen



De voorbereidingen

Het is verstandig allerlei materialen gereed te zetten bij de plaats waar de stook zal plaatsvinden.
Houd vooral ook rekening met de windrichting en de veiligheid bij de keuze van de stookplaats.
Vraag vooraf een vergunning aan bij de brandweer en/of de gemeente.

Benodigdheden
- de werkstukken die gestookt moeten worden
- eventueel werkhandschoenen
- oude dakpannen en/of oude bakstenen
- zaagsel en/of houtskool
- voldoende afvalhout (tenminste een kruiwagen vol voor één oven)
- draad, gaas, kniptang
- platte bakken met gele kleislib (yoghurtdikte)
- een stapel glossy tijdschriftenpapier
- lange (raku-) tangen om de werkstukken uit het vuur te kunnen halen
- keukenzout, kleurpigmenten, oxiden, carbonaten, sulfaten e.d.
- conservenblikje (beide kanten open) voor de schoorsteen

oven2Het leggen van de bodem en de positie van het werk
- Leg een ring van bakstenen met een diameter van ongeveer één meter. Bedek de bodem daarbinnen met oude dakpannen en/of bakstenen.
- Strooi er een niet te dikke laag zaagsel op (ca. 5 cm) en voeg de houtskool toe.
- Plaats de werkstukken in en op de houtskool, schaaltjes en kommetjes met de opening naar beneden.
- Strooi nog wat houtskool / zaagsel tussen de werkstukken.
- Plaats "zoutbommetjes" (een eetlepel zout in een papiertje draaien) tussen de werkstukken. De vrijkomende zoutdampen (natrium) zullen de kleuren beïnvloeden tijdens het stoken.
- Plaats het hout tussen en over de werkstukken en steek in de gaten kleinere stukjes hout.
- Overweeg hoe de zuurstof zijn weg moet kunnen vinden vanaf de poortjes naar het midden en hoe de rookgassen kunnen ontsnappen naar boven.
- Bouw tenminste twee stookpoortjes van een aantal bakstenen (tegenover elkaar, rekening houdend met de windrichting) en leg er één of twee bakstenen bij om straks de toevoer van zuurstof te kunnen regelen. De trek kan ook met de deksels van de blikjes bovenop de oven worden geregeld (dan één dekseltje gedeeltelijk vast laten zitten).
- Bouw een mooie stapel in de vorm van een bijenkorf.
- Bevestig eventueel een stuk kuikengaas (in de vorm van de stapel) rondom het geplaatste hout, waarop je de lagen papier kunt aanbrengen.
N.B. Bescherm de werkstukken tegen het gele slib dat uit de wand zou kunnen druipen, door vooraf een eerste laag van natgemaakt krantenpapier over het gaas aan te brengen .
Onderwijl zijn er natuurlijk al de nodige voorbereidingen getroffen voor de aanmaak van het slib en het stoken van een extra houtskoolvuurtje om de brand mee op gang te brengen.

Het opbouwen van de wand
- Plaats de platte bak(ken) met slib op een strategische plaats en leg er voldoende (glossy) papier bij.
- Breng de eerste laag alleen natgemaakt aan.
- Vervolgens het papier vel voor vel in de slib dompelen en deze vanaf de bodem dakpansgewijs aanbrengen.
- Werk systematisch zodat je samen in de gaten houdt dat er geen zwakke of dunne plekken ontstaan (stel in de groep bijv. een coach aan).
- Bedenk daarbij dat je alles in dezelfde gele kleikleur ziet.
- Er moeten ongeveer 8-10 lagen over elkaar worden aangebracht. (Afspraak: Wie gaat dat tellen?).
- Met een borstel/veger kun je ook wel even wat extra slib aansmeren (pas op: niet er af afvegen).
- Plaats in de top voor de rookafvoer een aan beide zijden opengedraaid conservenblikje.
- Mogelijkerwijs heb je zin om op de buitenwand van de oven een decoratie aanbrengen met witte of anderskleurige slib (beest, draak, gedrocht of lijnenspel).

Het stoken
Tijdens het opbouwen gaat iemand van de deelnemers al vast een klein vuurtje stoken met de houtskool. Als de wanden gemaakt zijn, dan schep je wat van de brandende en goed doorgegloeide houtskool in de poortjes.
- NB: Geen spiritus in de hete houtskool gieten, brandwonden zijn erg pijnlijk! Gebruik liever aanmaakblokjes.
De poortjes zijn open ....... en nu maar zorgen dat het vuur op gang komt.
In het begin stadium zal er veel rook en stoom te zien zijn, maar als het vuur doorzet, zullen ook de roetdeeltjes verbranden.
Voor het regelen van de zuurstoftoevoer kun je evt. wat losse bakstenen voor de vuurmond plaatsen.
De oven zal langzamerhand tijdens het stoken gaan stomen, drogen en van kleur verschieten van geel naar roodbruin.
Op een gegeven moment zal de vlam uit de pijp slaan en bereiken we het toppunt van de stook. Misschien kun je eens meten hoe heet het is.

De resultaten
Na verloop van tijd, na een periode van rust en kijken, zal de gloed van de oven afnemen. Wanneer de temperatuur voldoende is gezakt kunnen we de resten van de ovenwand (het gaas) verwijderen en met een tang of haak de werkstukken er uit halen.
Pas op want de stukken zijn nog wel erg heet.
Rollen door het (natte) gras, hooi en of zaagsel zal zijn effecten nalaten.
Misschien beschik je over wat paardenharen om figuren mee te branden.
Postreductie, oxidering ..... allerlei variaties kunnen worden uitgeprobeerd.

En dan is het de tijd om op te ruimen en van alle resultaten te genieten.

Als de werkstukken zijn afgekoeld, hopelijk zonder al te veel breuk, dan kun je er ter bescherming nog wat meubel- of bijenwas op aanbrengen en als de was droog is, uitpoetsen met een zachte doek.

Veel bouw- en stookplezier met deze bijzondere oven !!!

© Tjabel Klok